‘Bezig zijn’ wordt het nieuwe werken

Aan het woord ‘bezig’ hangt een zekere nonchalance. Je doet wel iets, maar dan zonder richting. Aanmodderen. Apathie ook. Klinkt als tijdverdrijf. In drie lettergrepen alsmaar verder drijven van wat er écht toe doet.

Je zegt het ook vaak stilletjes. Niet te luid. Stel je voor dat je naaste buur het zou horen. Bezig. De occlusief /b/ vooraan in de mond die uitsterft achteraan in het gehemelte als een fricatief /g/. Weinig frivoliteit aan de kersttafel met iemand die zich hele dagen gewoon ‘bezighoudt’.

En dat is zonde. Er is helemaal niets mis met het woord ‘bezig’. Integendeel.

Ooit was het woord ‘bezig’ trending topic, maar onder invloed van de industriële revolutie en het bijbehorende kapitalisme diende het woord plaats te ruimen voor haar performantere variant: werk.

We zijn allang niet meer ‘bezig’. We zijn ‘aan het werk’. En wie werkt, is ‘goed bezig’. Wie niet werkt, is ‘niet goed bezig’. Werken werd het nieuwe ‘bezigen’.

En het houdt ook niet op. Vandaag moet alles uitvergroot uitgesproken worden. Het is niet werk, maar werkwerkwerk. De economische drietrapsraket op weg naar meer welvaart, waardering en weelde. In drie en allitererend, dat is nog sterker. We zijn nog pril in het nieuwe jaar, maar dra naderen we opnieuw de depressiefste dag van het jaar en is het weer van ‘drukdrukdruk’.

Wel fuckdrukdruk.

Werken was misschien eind de jaren negentig hip. Nu triggerthet woord ‘werk’ vooral een semantisch veld van: nine-to-five, burn-out, depressie, files, kinderen vroeg op school afzetten, laat afhalen, holle functies op naamkaartjes, vergaderingen die nergens toe leiden, zitten op een stoel en staren naar een lichtbak, PowerPoints in elkaar steken, … alles onder het motto: ‘nu even geen tijd, want ik heb nog werk’. Het woord ‘werk’ als feelgood-alibizodat anderen jou kunnen zeggen: ‘Jij bent goed bezig’.

Toch niet. Onze tijd hier loopt niet van negen tot vijf, van maandag tot vrijdag, maar wel de klok rond en gemiddeld zo’n 80 jaar lang. 700.800 uren in totaal. Zo veel uren hebben we ons een heel leven lang in te vullen.

En dan hou ik me liever bezig, dan aan het werk.

Want werk werkt niet meer.

Weg met het woord ‘werk’. In 2019 wordt ‘bezigen’ het nieuwe werken.
Want wie bezig is, vergeet de klok. Zit in de flow. Krijgt energie zonder veel energie te verliezen. Het wordt een automatisme. En het werkt aanstekelijk. Je ontvangt spontane shots dopamine en adrenaline de hele dag door. Een state of mind. Je defaultstand om door het leven te gaan. Het verschil tussen werken en bezigen? Iemand die werkt, begint pas als hij het einde ziet. Iemand die bezig is, blijft gaan omdat er geen einde aan komt.

We hebben geen vat op mensen die zich bezighouden. Iemand die bezig is, mag je niet storen. Bezigheid is de opperste vorm van creativiteit. Bezig zijn is de overtreffende trap van werken. En net daarom is de houdbaarheidsdatum van ‘bezig zijn’ langer dan die van ‘werken’.

Maar het beste moet nu nog komen.

Want ‘werken’ vandaag is eigenlijk gewoon ‘betaalde bezigheid’.

Als je je lang genoeg met hetzelfde bezighoudt, dat zou je wel eens heel goed kunnen worden in iets. Een expert. Of nog beter: een nerd. En als je heel goed bent in iets, dan zouden anderen je daarvoor wel durven in te huren.

Om hetgeen waarmee jij je bezighoudt ook voor hen te doen.

Tegen betaling.

Alleen noemen we het dan niet meer een bezigheid. Maar werk.

Laten we in 2019 minder werken en ons meer bezighouden.

Goe bezig

Goe bezig