Geschreven door Bavo Van Landeghem

‘Je mag geen beeldtaal meer gebruiken. Zoals ‘uit de voeten maken’ en ‘in de haren vliegen.’ Na deze socialmediapost over Inclusief Schrijven van Scriptorij-trainer Liesa schoot Vlaanderen in een regionale kramp met virale gevolgen.

Taalverarming!’, klonk het.

Of 

‘Moeten WIJ onze taal ook nog eens aanpassen!? Dat ZIJ wat meer moeite doen!’ 

Deze kramp is geen alleenstaand geval. Recent in De Afspraak worstelde regisseur Jan Verheyen en cast ook met het gebruik van genderneutrale voornaamwoorden in de film ‘Team spirit: next gen’. En in De Tafel van Gert was de non-binaire schooldirecteur uit Opwijk voer voor discussie.

Kort door de bocht, inclusief schrijven gaat over korte zinnen, eenvoudige woorden en geen overdaad aan metaforen. En dus niet enkel over ‘hen’ en ‘hun’ in de derde persoon enkelvoud. Als een oproep tot ‘schrijven om iedereen mee te krijgen’ al zo polariseert, zegt dat vooral iets over onze kramp rond taal, niet over de taal zelf.

Doel, publiek en boodschap

Wie in professionele context iets schrijft, heeft altijd een communicatiedoel voor ogen. Informeren, overtuigen, inspireren … Of je nu een overheid, multinational of vzw bent:

wie schrijft zonder doel, praat vooral tegen zichzelf.

Je schrijft ook altijd naar iemand: inwoners, klanten, collega’s, abonnees, architecten, diepzeeduikers, beleidsmakers … Met in dat publiek ook diverse achtergronden. Locatie, opleiding, maar ook sociale, culturele, leeftijdsgebonden, etnische, gender- of fysieke en mentale verschillen spelen mee. Wie veel mensen tegelijk wil bereiken, weet: in elke meerderheid schuilt een minderheid.

In een activerende e-mail vanuit de stad wil je de inwoners duidelijk maken dat ze om 10 uur hun nieuw paspoort moeten afhalen. Maar wil diezelfde schrijver als columnist de beleidsmaker inspireren om de fiscale wetgeving te herzien. Andere boodschap en doel, andere stijl. Critici noemen dat ‘taalverarming’, maar in beide gevallen is het taal die haar werk beter doet: verbinden in plaats van uitsluiten.

Ook hoogopgeleiden lezen graag eenvoudige teksten

Naast die drie variabelen zijn er ook drie constante waarheden over taal. (1) Lezen van een complexe tekst vraagt veel inspanning; een eenvoudige tekst kost bijna geen moeite. (2) Ook hoogopgeleiden waarderen heldere taal van hun overheid, bank of werkgever. Zolang het maar niet betuttelend wordt! En tot slot (3): uit tal van onderzoeken is gebleken dat schrijven in korte zinnen een absolute winner is om veel mensen in beweging te krijgen. En ja, beste juristen, een lange zin van 30 woorden opknippen in 3 zinnen van 10 woorden kan nog altijd een correcte zin zijn!

Is inclusief schrijven dan een verarming?

Terug naar de essentie. Of beter de paradox. Want inclusief schrijven gaat niet over arme of rijke taal. Wel om je doel te bereiken. Ervoor zorgen dat:

  • iedereen een verbouwpremie kan aanvragen,
  • een korting kan claimen,
  • een rijexamen kan afleggen.

Dan is taal het geruisloze middel in de boodschap, en nooit het doel zelf.

Dit is dus geen oproep om elke geschreven communicatie in je organisatie te herschrijven voor het Karrewiet-journaal. Maar een opiniestuk in de krant is niet hetzelfde als de briefwisseling van de FOD Financiën. Een toeristische blog is geen handleiding, en een informerende nieuwsbrief geen meeslepende roman.

Taal verarmt niet door eenvoud, maar door onverschilligheid.

PS: zelf getriggerd om in je one to many-communicatie zoveel mogelijk mensen te bereiken in je doelgroep? Welkom op de opleiding Inclusief Schrijven met Liesa. Voor WatWat en De Ambassade mocht ze recent de Heerlijk Helderprijs 2025 in ontvangst nemen. Goebezig Liesa!

De Heerlijk Helderdag is een initiatief van Team Taaladvies, de Taalunie en Kortom vzw.